| De Afscheiding van 1834 |
Verschillende van mijn voorouders zijn betrokken
geweest bij de Afscheiding,
te weten in Scheemda
Edsko Jan Hekman, °1803;
in Midwolda de grootouders van
oma Hilke Hekman-van Dijk: Hanno J.van Dijk;
in de Vegtersfamilie Koene Jans Vegter te Sappemeer;
en in de Buitenfamilie Jakob Buiten in Ommelanderwijk.
Wat was die Afscheiding precies en waarom vonden onze voorouders dat belangrijk ?
Voorgeschiedenis
In de loop van de 18e eeuw verlieten steeds meer kerkelijke leiders het spoor dat de Dordtsche Synode in 1618-1619 had gewezen. De daar vastgestelde belijdenis werd niet langer aanvaard. In plaats daarvan kwam er een ruimdenkendheid en een verdraagzaamheid de kerk binnen, die vrij spel gaf aan allerlei vrijzinnige gedachten. Dit tot verdriet van veel eenvoudige mensen, de "kleine Luyden" die het oude vertrouwde Woord misten. Vooral vanuit de universiteiten werden de nieuwe gedachten uitgedragen zodat er weldra bijna geen rechtzinnige predikant meer werd gevonden. In veel plaatsen vormden zich als gevolg daarvan "gezelschappen", de zgn. conventikels, waarin mensen bijeenkwamen o.l.v. een "oefenaar". Ze lazen dan een oude preek of luisterden naar een stichtelijk woord. Na de Franse tijd werd in 1816 een Algemeen Reglement aan de Ned.Hervormde Kerk opgelegd, waarbij de overheid en speciaal de koning als "verlicht despoot" heel wat invloed in de kerk kreeg. Nu kon vanuit de overheid ook worden opgetreden tegen de conventikels, wat ook gebeurde. Hierbij kon gebruik worden gemaakt van twee artikelen uit de Code Pénal van Napoleon, die nog steeds van kracht waren. Deze verboden een samenscholing van 20 en meer personen. Veel van deze conventikels hebben zich later bij de Afgescheidenen aangesloten.
De Afscheiding
Zo begon de Afscheiding in Ulrum, kort daarop gevolgd in diverse andere plaatsen. Er waren niet veel predikanten bij, zodat veel afgescheiden gemeenten aanvankelijk herderloos waren.
In vrijwel alle gevallen waren ze hun vergaderruimte kwijt en kwamen ze bijeen in woningen en schuren e.d.
De Regering is tegen de "separisten" met grote kracht opgetreden, voortdurend daartoe aangespoord door de Hervormde kerkbesturen. Ze dachten zo "het kwaad te beteugelen". Het Openbaar Ministerie ging met ijver de Code Pénal hanteren, de burgemeesters gingen de vergaderingen van de separisten uiteendrijven, en wanneer deze onwillig waren, riepen zij de militairen te hulp. De gouverneurs van de provincies bevorderden, dat er bij mensen, die een vergadering van Afgescheidenen aan huis hadden gehad, troepen werden ingekwartierd.En velen werden beboet.
Lange tijd zijn zo de Afgescheidenen vervolgd, zij het niet overal even sterk. Pas onder Koning Willem II (1841) werden ze met rust gelaten.
![]() De Ned.Herv.Kerk te Ulrum |
![]() Interieur Ned.Herv.Kerk te Ulrum |
De kansel, waarop Ds.Hendrik de Cock wekelijks preekte |
Hanno van Dijk en de Afscheiding in Midwolda
Uit: Dr.J.Wesseling "De Afscheiding van 1834 in Groningerland".De Afscheiding in Midwolda ging met veel moeilijkheden gepaard.
De Hervormde dominee, Cramer von Baumgarten, was het weliswaar niet eens met wat er in de Hervormde kerk gebeurde, maar moest helemaal niets van die "separisten" hebben. De Afscheidenen werden in het begin streng beboet als ze in een huis met meer dan 19 man vergaderden o.l.v. een "oefenaar". Ds.Hendrik de Cock kwam soms (per postkoets en trekschuit) naar Midwolda om Doop en Avondmaal te bedienen.
Hij institueerde de gemeente waarschijnlijk in april 1836.
Niet alle gemeenteleden woonden in Midwolda, verscheidene ook in Oostwold of in de Winschoter Bovenburen of in Scheemda of Eexta.
Op zondag 4 september 1836 werd "in de tot Gods waarachtige dienst wederkerende Christelijk Gereformeerde gemeente Midwolda" voor het eerst het Avondmaal bediend door H.de Cock, "onze geliefde Herder en Leeraar".
Er waren 31 Avondmaalsgangers, wan wie de namen zijn bewaard gebleven. Onder de Avondmaalsgangers worden genoemd: Hanno J.van Dijk en Hilke Wolderink, de opa en oma van Hilke van Dijk, 2e vrouw van Jan Hekman.
De gemeente in Midwolda is lange tijd herderloos gebleven. Pas in 1866 kregen ze een eigen predikant, ds.J.Groenewegen.
Hij is 6 jaar gebleven. In die tijd zijn in Oostwold Jakob en Antje Hekman geboren. Zij zullen dus wel door deze predikant zijn gedoopt.
Edsko Jan Hekman en de Afscheiding in Scheemda
De Afgescheiden gemeente van Scheemda werd pas in juli-september 1839 geïnstitueerd.
De leden hoorden eerst bij de Afgescheiden gemeente van Midwolda.
Deze gemeente had erg weinig leden, ruim 20, en er is weinig van bekend gebleven, omdat ze niet alles goed in de pen hadden.
Wel is bekend dat schipper Edsko Jan Hekman bij de eerste ouderlingen behoorde. Zij moesten leiding geven aan de nog herderloze gemeente.
Pas in 1871 kregen ze een eigen predikant.
Gisteravond ongeveer te 7 uur geïnformeerd wordende, dat de gewezen predikant van Ulrum, de Cock, ten huize van Koene Jans Vegter, broodbakker alhier, godsdienstoefening zou houden en kinderen zou dopen, begaf ik mij derwaarts.
Bij mijn komst vond ik in verscheiden vertrekken en in de tuin achter het huis 22 personen, zowel mannen als vrouwen – de Cock was evenwel nog niet daar – maar toen hij enige ogenblikken daarna het huis binnenkwam, vroeg ik hem of het de waarheid was, dat hij voornemens was alhier een godsdienstoefening te houden, waarop hij mij antwoordde dat dit zijn voornemen was. Ik zei hem daarop, dat ik zulks niet kon toelaten en dat ik de stelligste bevelen had om zulks met alle mogelijke middelen te beletten. Hij antwoordde mij, dat hij meende, dat wanneer de vergadering het getal van 19 personen niet te boven ging, de wet zulks niet verbood.
Na een langdurige woordenwisseling (terwijl zich intussen voor het huis wel 200 mensen uit nieuwsgierigheid verzameld hadden) gelukte het mij echter hem van zijn voornemen te doen afzien, en ongeveer 8 uur ging hij heen.
Om 9 uur echter rapporteerde mij de veldwachter, dat de Cock ten huize van een andere broodbakker alhier, met name Kars Frederiks Wormnest, godsdienstoefening hield en kinderen doopte; mij dadelijk derwaarts begeven hebbende, vond ik aldaar de Cock, zittende te roken met nog zeven andere personen, waaronder twee vrouwen, ieder met een kind. Op mijn aanmaning uiteen te gaan, hebben zich drie van de voormelde personen verwijderd. De vier overigen weigerden zulks echter, voorgevende, dat zij daar op visite waren. En daar zij rustig waren en niets uitvoerden, meende ik dan ook hier geen geweld te moeten gebruiken. De Cock is deze nacht ten huize van voorzeide bakker gebleven en hedenmorgen om 9 uur weer naar Wildervank vertrokken, vanwaar hij ook naar herwaarts gekomen was.
Ik heb gemeend Uwe Excellentie te berichten, dat die Secte hier al meer en meer toeneemt en dat, zo men in de noodzakelijkheid zou komen om die bijeenkomsten met geweld te doen uiteengaan, de plaatselijke politie als bestaande uit één veldwachter, daartoe op verre na niet toereikend is.In deze veenkolonie werd de "Cocksiaanse" gemeente "gesticht" op 25 juli 1835. Jammer genoeg ontbreken de kerkeraadsnotulen van die eerste jaren; ze beginnen pas bij 1849, daardoor weten we er weinig van .
(Wel weten we dat Koene Jans Vegter ook zijn handtekening heeft staan onder de "Acte van Afscheiding en Weederkeer" te Sappemeer)
……………
De erkenning als gemeente werd 8 mei 1843 verkregen. Volgens het verzoekschrift werd gekerkt in een gebouw, staande te Sappemeer noordzijde; eigenaar Berend Roelfs Berg.
…………
In de jaren 1846-'47 heerste – zoals bekend – de beruchte aardappelziekte. Maar economisch moeilijke jaren behoeven niet altijd slecht voor het godsdienstig leven te zijn.
In elk geval werd de kerk in Sappemeer te klein, zodat men moest omzien naar een nieuwe plaats van samenkomst.
…………….
Een jaar later kocht de kerkeraad, bestaande uit de ouderlingen Roelof Jacobs Berg en Koene Jans Vegter ……………. voor ƒ2500 de doopsgezinde kerk aan de weg naar Kleinemeer, zodat er vanaf mei 1851 tenminste geen ruimteprobleem meer was".Ten huize van Koene Jans Vegter zijn in het begin vaak godsdienstoefeningen gehouden, waar Ds. Hendrik de Cock voorging. Zulke samenkomsten mochten volgens een overigens verouderde verordening, nog stammend uit de Franse tijd, door niet meer dan 19 personen bijgewoond worden.
anekdote Als bij een controle door de veldwachter het aantal aanwezigen het getal van 19 te boven ging, moesten de kinderen snel onder moeders wijde rokken kruipen, opdat de veldwachter niet meer dan 19 neuzen kon tellen. Koene Jans Vegter had eens moeten weten dat zijn kleinzoon Koene Vegter, de zoon van Allie Koenes Vegter, in 1889 zou trouwen met een kleindochter van Ds.Hendrik de Cock !
Koene Jans Vegter
|
Allie Koenes Vegter
() Jeychien Fluks
|
Koene Vegter() Ds.Hendrik de Cock
|
Eelbrina de Cock
() Hendrik Ubbens
|
Meikelina Frouwina UbbensMeikeline Ubbens
De gevolgen van de Afscheiding voor Jacob Buiten
Jacob Buiten en zijn vrouw Fenna Bruizer sloten zich aan bij een Afgescheiden Gemeente, waarschijnlijk die in Nieuwe Pekela.
Deze keuze werd al gauw op de proef gesteld.
Een invloedrijke boer zei de klandizie op. Andere boeren voelden zich verplicht te volgen. Het gezin dreigde brodeloos te worden. In vertrouwen dat de Here uitkomst kon geven, hielden ze aan hun geloofskeus vast.
Die uitkomst kwam toen dezelfde boer vlak bij de werkplaats pech kreeg met zijn wagenwiel. Hij kwam naar de werkplaats en zei: Ik kom maar weer bij je terug, Buiten. Je staat tenminste voor je overtuiging.
Toen kwamen ook de andere boeren terug, blij dat ze niet meer naar een naburig dorp hoefden.
Jacob Buiten
Muziek: A Tale of Distant Land van Schumann