Terug naar Harm Jan Janssen       Terug naar Berend Nijmeijer  
 
Geschiedenis   Familie  Janssen
 
 

Krantenverslag

Nee, deze foto kan niet groter
Op de plaats van de rechterboerderij ( Anreep 12) stond in 1914 de boerderij, waar Harm Jan Janssen met zijn gezin woonde.  
 
 
 
BRAND IN ANREEP (5 juni 1914)

In 1914 stonden er in Anreep zestien boerderijen, waarvan er in de nachtelijke uren van vrijdag 5 juni drie door een felle brand verwoest werden (Anreep 12, 14 en 16). Aan de hand van kranteverslagen en gemeentedossiers heeft M.Th.Kraijer-Otjens zich het volgende beeld gevormd van de gebeurtenissen:

In de nacht van donderdag 4 en vrijdag 5 juni 1914 ontdekte de surveillerende politie-agent Pit rond half drie een hevige brandgloed boven Anreep. Hij waarschuwde de inspecteur, waarop de politie onmiddellijk op de fiets een onderzoek instelde. Te Anreep aangekomen bleken drie boerderijen in lichterlaaie te staan. De brandweer werd om ongeveer drie uur gealarmeerd met de mededeling dat er al drie huizen zo goed als afgebrand waren. Brandmeester-generaal J.Baakman liet onmiddellijk paarden halen om de brandspuiten te vervoeren. Binnen een kwartier nadat de melding was binnengekomen, waren de aanjager en de perspomp nummer twee onderweg. Even na half vier kwamen ze aan op de plaats des onheils. Daar bleek dat er in het dorp zelf gebrek aan water was, zodat er slangen moesten worden uitgerold naar het Anreperdiep. Ondertussen kwam ook spuit nummer drie aan, maar door gebrek aan pompers kon die niet in werking worden gesteld. In zijn verslag noteerde de generaal:

"Te redden was er niets meer daar de huizen reeds tot de grond toe afgebrand waren, en konden wij ons bepalen tot het blusschen der rune, wat geruime tijd duurde, daar onder de omgevallen muren hooi en stro lag, terwijl ook de grote oppervlakte der brand veel moeite veroorzaakte. Door een en ander kon pas tehalf twee het personeel inrukken terwijl vanaf die tijd tot zaterdagmorgen een brandwacht van vier man en een der oppassers achterbleef.
Voor zoover de brandmeesters per telefoon waren aangesloten, heb ik ze laten roepen, en waren deze ook tijdig alle present. Het materiaal liet niets te wensen over"
.

De brandweer van Assen had onder leiding van Baakman en assistent brandmeester-generaal G.R Oostergetel dus niet veel meer kunnen doen dan de belendende huizen en gebouwen door nathouden te behouden. Behalve de drie boerderijen verbrandden nog twee losse schuren, die erbij stonden. Hoe ernstig deze brand was, blijkt wel uit het feit dat ook de burgemeester 's nachts in Anreep aanwezig was.

De brand was ontstaan bij W.Nijmeijer, overgeslagen naar het huis van K.Sikkema en vervolgens naar dat van H.J.Janssen. Al snel hadden deze drie met riet gedekte huizen in brand gestaan. Het kostte nog heel wat moeite om te voorkomen dat een vierde boerderij in vlammen opging. Het rieten dak vatte ondanks nathouden telkens weer vlam. Als een tussen dit huis en dat van Janssen gelegen schuur niet met pannen gedekt was geweest, zou het samen met die schuur waarschijnlijk ook in vlammen zijn opgegaan. De Provinciale Drentsche en Asser Courant meende

"dat het meer dan toeval was, dat geen mensenlevens zijn te betreuren. De mensen moesten hals over kop uit huis vluchten, de oude Niemeijer en vrouw zijn vr uit de ramen gekropen".

De kleine Harm Jan Janssen van 14 maanden kon ternauwernood worden gered. Wel verbrandden in de boerderij van Nijmeijer drie koeien, zes kalveren en dertig kippen en kreeg n koe brandwonden. In de boerderij van Sikkema kwamen twee Friese schapen, zeven biggen en eveneens 30 kippen inde vlammen om. Een deel van het vee uit deze beide boerderijen kon worden gered. Uit de boerderij van Janssen werd al het vee gered en konden nog wat kleren en een paar stukken van de inboedel naar buiten worden gedragen. De andere inboedels gingen geheel verloren.

 
 

       Tsjonge, dat was me een brand, zeg !