Terug naar Tijdsbeeld  /  Familie Vegter  
 
H e t     R am p j a a r     1 6 7 2
(Klik op foto voor vergroting)

De stad Groningen in het Rampjaar

In 1672 werd de "Republiek de Zeven Verenigde Nederlanden" door vier vijanden aangevallen:
- het leger van de Franse "Zonnekoning" Lodewijk XIV,
    o.l.v. hun beroemde generaals Condé, Turenne en Luxembourg.
- de vloot van de Engelse koning Karel II,
    die verraderlijk het verbond met de Republiek verbrak.
- de legers van de bisschop van Munster
- en van de aartsbisschop van Keulen, berucht om hun "zware artillerie".

Het Franse leger richtte zich op het westen van het land, maar stuitte op de inderhaast ingestelde Hollandse waterlinie.
De Engelse vloot werd door een zware storm verhinderd te landen op de Hollandse kust en teruggejaagd in hun eigen havens.
De Munstersen en Keulsen trokken naar het noorden.
Het leger van Barend van Galen, de bisschop van Munster, bijgenaamd Bommen-Berend, trok over de Hondsrug naar de stad Groningen.

Het grootste deel van oostelijk Nederland werd gemakkelijk veroverd, maar voor Groningen stootte Bommen-Berend zijn neus.
De dappere bevelhebber, Karel Rabenhaupt, dacht aan geen overgaaf. Bij nadering van de vijand werd de stad inderhaast in staat van verdediging gebracht. Dijken werden doorgestoken en weldra stond aan de west- noord- en oostkant van de stad het land onder water; alleen aan de zuidkant was dit niet mogelijk.
De bezetting was klein, slechts 2000 man, maar dappere burgers en studenten hielpen aan de verdediging mee.
De bisschop had daarentegen een leger van 20.000 soldaten en zware artillerie.
De Stad werd hevig beschoten. Bommen, bommen, en nog eens bommen. Geen wonder, dat bisschop Barend de bijnaam Bommen-Berend kreeg. Ook zware stenen en gloeiende kogels werden de stad binnen geworpen.

De actie van de bisschop bestond hoofdzakelijk in een bombardement van de zuidelijk stadswijken. Hij meende goed te doen, het vuur minder te richten op de bolwerken dan op de huizen in de stad, d.w.z. hij meende door terreur meer te bereiken dan door militaire successen.
Maar de terreur hielp niet. Moedig hield Groningen vol.
De anders zo nuchtere Groningers kwamen in een soort bravourstemming; zelfs de vrouwen bleven niet achter. Toen een vrouw zich enige woorden van overgave liet ontvallen, werd zij door haar seksegenoten "ongenadig getracteerd".
De vrouwen konden nu
"bijna met minder verstoornisse sien, dat een bombe of brander in haer huis quam vliegen, als te voren dat ymant met vuile voeten in haer kamer liep".
Een vrouw, die op straat een arm werd afgeschoten - Marretjen Geerts - zei tegen de chirurgijn: : Snijd maar af, 't is beter een arm te verliezen dan de stad !"
De studenten hadden hun eigen vendel gevormd en toonden hun dapperheid op de gevaarlijkste plaatsen. Ze zongen 's nachts, als alles stil was, zo luid ondeugende liedjes, dat het in het Munsterse kamp gehoord werd.

Het vuur uit de stad werd zo sterk, dat de batterijen van de bisschop één voor één tot zwijgen werden gebracht. Zijn toestand begon gevaarlijk te worden en hij besloot eieren voor zijn geld te kiezen.

28 augustus brak de bisschop voor Groningen op, nadat hij de helft van zijn manschappen had verloren. In Groningen waren geen 100 gesneuvelden. Dat gaf feest in de stad, een feest, dat nog ieder jaar op de 28e augustus wordt overgevierd.

Wat later wist Rabenhaupt door de hulp van Meindert van der Tienen, gewezen koster en schoolmeester van Koevorden, deze belangrijke vesting, de sleutel van het noorden, te heroveren.
Toen moesten de Munstersen ook Drenthe ontruimen. Bommen-Berend kwam van een koude kermis thuis.


Terug naar Tijdsbeeld  /  Familie Vegter
Muziek: Brahms, Fantasia 6