Terug naar Tijdsbeeld       Terug naar Jan Rotger Buitenweg  
 
T i j d s b e e l d
(Klik op foto voor vergroting)

Vervoer in de 19e eeuw

Trekschuit Groningen - Winschoten

De trekschuit

     Eeuwenlang was de trekschuit in grote delen van de provincie het enige openbare middel van vervoer. Pas in de tweede helft van de vorige(=19e) eeuw werd de trekschuit definitief verdrongen door stoomschepen en spoor- en tramwegen.

     Nog in 1857 werd de verbinding Groningen-Winschoten aanzienlijk verbeterd door het in gebruik nemen van nieuwe schuiten, de zogenaamde barges, die in het Gronings bersies werden genoemd. Deze speciaal voor het personenvervoer ingerichte scheepjes, die door twee paarden werden getrokken, volbrachten de reis in vijf uur. Tweemaal daags vertrok er van beide eindpunten een schuit. Wie in de namiddag met de barge van Groningen naar Winschoten vertrok, kon daar overnachten en de volgende dag de diligence naar Aschendorf of Leer nemen, die aansloot op het Duitse spoorwegnet.

De postwagen naar Hasselt

     De postwagen van Groningen op Hasselt, die in 1665 ging rijden, was de eerste geregelde dienst over land. Het Groninger stadsbestuur had al in 1636 het voerliedengilde gevraagd een wagendienst op Zwolle te beginnen met twee of drie overdekte wagens, die in het Stadsartilleriehuis gestald mochten worden. Ondanks dit aanbod zou het nog tot 1665 duren voor de eerste wagen vertrok. Maar toen de dienst op Hasselt eenmaal reed, werden al spoedig ook diensten geopend op Leeuwarden, Lemmer en Coevorden.
     Naar Hasselt werd tweemaal per week, op woensdag en zaterdag, gereden met overdekte wagens bespannen met vier paarden. De wagens boden plaats aan zes personen. 's Nachts om drie uur vertrok zowel van Groningen als van Hasselt een wagen. Beide wagens bereikten dan tegen elf uur 's morgens de pleister- en wisselplaats Beilen.  
 
 
 
De diligence van 08.30u vertrekt van de Grote Markt in Groningen naar Assen

     Na een uur oponthoud, waarin de passagiers zich konden verfrissen en de bagage van de ene wagen in de andere werd overgeladen, reden de wagens weer terug en kwamen 's avonds om negen uur aan. De reis Groningen-Hasselt duurde dus achttien uur, waarvan de reizigers er zeventien in de wagen zaten.

Naar Amsterdam
     Wie van Hasselt wilde doorreizen naar Amsterdam, kon 's avonds om tien uur met de trekschuit van Hasselt naar Kampen, waar om één uur 's nachts de postwagen vertrok, die om twaalf 's middags in Amersfoort aankwam. Daar moest de reiziger weer overstappen op de wagen naar Amsterdam, waar hij tenslotte veertig uur na zijn vertrek uit Groningen arriveerde.
     In 1691 werd de door het voerliedengilde verzorgde dienst op Hasselt opgeheven. De stad sloot nu een contract met de stalhouder Willem Vleestman, die de dienst op Amsterdam voor vijftien jaar pachtte. Iedere dinsdag en zaterdag liet Vleestman een wagen vertrekken, die van Groningen over Zwolle, Apeldoorn, Amersfoort en Weesp naar Amsterdam reed.
De tarieven en overige voorwaarden werden door de burgemeesters en raad vastgesteld. Kinderen jonger dan tien jaar reisden voor half geld en zuigelingen op moeders schoot voor niets. Wie er niet tegenop zag weer en wind te trotseren, kon op de bok voor half geld en soms zelfs gratis meerijden.

     Vanaf omstreeks 1820 werd het wegennet drastisch uitgebreid, wat het aantal reismogelijkheden aanzienlijk verruimde. Wie in het midden van die eeuw naar Amsterdam wilde, kon uit verschillende routes kiezen. Iedere morgen vertrok er een diligence vanaf de Herestraat, die over Zwolle en Utrecht naar Amsterdam reed.
     Omdat dit erg vermoeiend was, gaven de meeste reizigers er de voorkeur aan 's avonds de diligence van Van Gend & Loos in de Oosterstraat te nemen, die de volgende morgen in Harlingen aankwam, waar de stoomboot naar Amsterdam klaarlag. Na een bootreis van 7 à 8 uur waren ze dan in Amsterdam.
     Een andere mogelijkheid was de diligence naar Zwolle te nemen, in Meppel over te stappen op de koets naar Zwartsluis en vandaar met de stoomboot naar Amsterdam te reizen.
     Vanaf 1861 vertrok ook driemaal per week een diligence naar Lemmer, vanwaar een stoomboot naar Amsterdam voer.
     De route over Lemmer zou tot na de Tweede Wereldoorlog een druk bereisde route blijven.

1857. Vismarkt in Groningen.
Het grote, open rijtuig rijdt waarschijnlijk veel te hard over de markt.
Ook in die tijd was er in de binnenstad een snelheidsbeperking van kracht.
Al in 1639 werd het verboden binnen de poorten en wallen van de stad wagens, sleden en karren te laten "rennen, jagen, of draven".


Terug naar Tijdsbeeld       Terug naar Jan Rotger Buitenweg

Muziek: "A Tale of Distant Land" van Schumann