Terug naar Tijdsbeeld       Terug naar Jan Rotgers

T i j d s b e e l d

Westerwolde

(Klik op kaartje voor vergroting)

Na de IJstijd konden de eerste bewoners van de noordelijkste delen van Nederland zich alleen blijvend vestigen op de punten die zich daarvoor het beste leenden. Dat betekent dus: op de hoogten, bijvoorbeeld de zandige hoogten van de Hondsrug en Westerwolde. Elders werden zij gedwongen terpen op te werpen teneinde het soms geducht opdringende water te ontkomen. Misschien zijn het zwervende nomadenvolken geweest, rendierjagers en hun soortgenoten, die hier op een gegeven ogenblik een goed leefklimaat vonden. Kleine riviertjes, die 's winters ver buiten hun zomerbed traden, maakten plantengroei mogelijk en wellicht ook de eerste primitieve vormen van landbouw. De dorpen op de Drentse Hondsrug en in Westerwolde zijn oeroud.

Tussen de zandheuvels van Westerwolde en Drenthe vormde zich,min of meer als uitloper van het Bourtanger Moor, een veengebied. Dit woeste niemandsland vormde eeuwenlang een natuurlijke scheiding tussen de eerstbewoonde gebieden. Want de venen bleven lang onbewoond de mens deed hier pas definitief zijn intrede omstreeks 1600 en men kon de veenmoerassen slechts op enkele plaatsen via hoger gelegen zandruggen passeren.
       Bij Ter Apel was zo een verbinding mogelijk tussen Oostelijk Groningen en Oostelijk Drenthe. Maar zelfs die weg zal nog wel eens te wensen hebben overgelaten, getuige de later over grote afstand in het veen teruggevonden resten van een houten knuppelweg, wel eens de Romeinse brug genoemd. Eens moet ze gelopen hebben van Valthe tot Rijsdam bij Sellingen. Via Bourtange was er een verbindingsweg tussen Westerwolde en Duitsland.


Muziek: "A Tale of Distant Land" van Schumann